Het leven van de mossel

Het leven van de mossel

Mosselen zijn heerlijke weekdieren die in Nederland vooral voorkomen in de Waddenzee en de Oosterschelde. De voortplanting vindt plaats in het voorjaar en de zomer. Miljoenen larven komen dan vrij en zwemmen in de kustgebieden en zeearmen rond.

Na ongeveer een maand begint de schelp zicht te ontwikkelen en zinkt het zogenaamde mosselzaad (hele kleine mosseltjes) door het gewicht van de schelp naar de bodem. Met behulp van de byssusdraden - ookwel de baard genoemd - hechten zij zich vast aan de zeebodem of aan elkaar.

De byssusdraden worden gevormd door een speciale klier die op een soort voet lijkt. Met deze 'voet' kan de mossel zich enigzins verplaatsen. Wanneer de mossel zich eenmaal heeft vastgehecht, verplaatsen ze zich niet meer of nauwelijks. Alleen als ze onder slib of zand dreigen te komen, werken mosselen zich naar boven.

Het voedsel van de mossel bestaat uit planktonalgen, die zij bemachtigen door het langsstromende water te filteren. Mosseltjes van ongeveer 1 cm groot noemt men mosselzaad. Wanneer de mosselen 4 a 5 cm lengte hebben, worden ze 'halfwas-mosselen' genoemd. Na ongeveer twee jaar zijn de mosselen 6 a 7 cm groot en geschikt voor consumptie.

Bron: Prins & Dingemanse



Slideshow overlay afbeelding Want vis is feest